6. Moed, kracht en wijsheid

Een crisis als die van het corona-virus vraagt aan iedereen die nog wel gezond is goed beschouwd drie dingen: moed, kracht en wijsheid. Epictetus zei het als volgt: geef me de moed te accepteren wat niet in mijn vermogen ligt, de kracht om alles te doen wat wel in mijn vermogen ligt en de wijsheid om tussen die twee onderscheid te maken.

Het hamsteren van toiletpapier, pasta en anders etenswaren valt wat mij betreft niet onder de laatste categorie. Het is wel wat mensen doen, want het geeft een schijn gevoel van controle. Maar het is eerder een teken dat je gewoon doet wat je anderen ziet doen. Dat je niet écht na hebt gedacht over wat deze situatie werkelijk van ons vraagt.

Doen wat in ons vermogen ligt, vraagt om een hele andere kracht: namelijk de nieuwe realiteit onder ogen te zien met je eigen ogen en zintuigen en daar je conclusies uit trekken. Deze te beschouwen met je eigen denkvermogen. Het vraagt om ieders eigen oordeelvormende onderzoek en intuïtieve waarneming. En niet maar klakkeloos na te zeggen wat je anderen hoort roepen, zoals in het sprookje van ‘De nieuwe kleren van de keizer’ van Hans Christiaan Andersen.

Het sprookje gaat over een keizer die erg ijdel is. Hij beveelt zijn kleermakers een gewaad te maken van een unieke stof. Twee oplichters bieden een stof aan die alleen zichtbaar is voor slimme mensen. Ze vertrouwen erop dat niemand hardop zal durven toegeven de stof niet te zien, uit de angst om maar niet als dom bestempeld te worden. De keizer twijfelt als ze hun bijzondere kleed aan hem aanbieden want hij ziet niets, maar hij besluit er zelf in te geloven als iedereen om hem heen zegt dat het hem prachtig staat. De keizer toont zich in een optocht, en het volk dat weet dat alleen slimme mensen de stof kunnen zien, staat er met een mengeling van angst en het schaamrood op de kaken naar te kijken. De naakte realiteit dringt pas door als een kind ineens roept: “Hey, de keizer loopt helemaal in zijn blootje!”

Het vraagt aan ons het onderscheidingsvermogen van het kind dat het lef heeft om de waarheid te onderkennen. Er is ook een mooi woord voor: Viveka, het vermogen te onderscheiden. Deze tijd vraagt van ons onderscheid te maken tussen het ware en het onware, tussen het waarachtige en onechte, tussen het ego en het ware zelf, tussen het tijdelijke en tijdloze, tussen het vergankelijke en dat wat blijvend is. Macht, ego en status bieden in deze tijd geen bescherming meer: iedereen kan elkaar besmetten. We lopen allemaal naakt, ook degenen met de mooiste kleren aan. Viveka!