14. Afkicken van de groei

Beroepsgroepen die gericht zijn op het bestendigen van gezondheid floreren momenteel. En beroepsgroepen die zich vooral richten op groei en ontwikkeling hebben het moeilijker. Dat is niet gek. Een hardnekkig patroon van de laatste groep is hun enorme focus om zaken tot groei, volheid en wasdom te willen laten komen. Het is de kenmerkende energie die hoort bij de zomer, bij de middag en bij het zuiden: bloei, vooruitgang, dynamiek, interactie, verbinden en communicatie. Maar vraagt deze tijd wel om nog meer groei en naar buiten gericht zijn? Of eerder om herstel en naar binnen gaan? Dan is er een ander perspectief nodig.

Als je geen vitaal beroep hebt, kan er een knagend gevoel ontstaan dat je momenteel weinig waarde kunt toevoegen. Terwijl je wel een sluimerende morele verplichting kunt voelen om te blijven opleveren. Daar wordt immers steeds een beroep op gedaan. Kun je dan, zelfs als je thuis moet werken, nog stoppen met doorjakkeren? Dat is de schaduwkant van het zuiden: ten koste van alles onze doelen en resultaten willen behalen. Dan kun je doorschieten in de neiging om zaken door te willen drukken die helemaal niet af te dwingen zijn.

Het gevaar is dan de verbinding met de rest te verliezen en mijlenver voor de troepen uit te lopen. Het is bij elk natuurlijk systeem van belang om het juiste groeitempo en afstemming met het geheel aan te blijven houden. Er is maar één ding in de natuur dat volledig haar eigen gang gaat, zich niet afstemt op de rest en volgens een veel te hoog tempo wil groeien, en dat is de mens. En er is maar één ding in de menselijke lichaam dat hetzelfde doet: dat volledig haar eigen gang gaat, zich niet afstemt op de rest en in veel te hoog tempo groeit: en dat is kanker.

Dat roept de nodige vragen op. Volgt ons tempo nog wel het ritme van de natuur? Sluiten we nog wel voldoende aan bij de cyclus van het leven? Kunnen we stoppen met onze verslaving aan groei en met onze zucht naar de eeuwigdurende zomer? Vraagt het niet ons weer te verbinden met onze essentie, naar binnen te keren, terug te gaan naar onze wortels en dat wat gegroeid is weer los te laten? Zoals een boom die haar blad loslaat. Vraagt de lente van 2020 ons juist niet om kwaliteiten van de herfst?