22. Een prachtige kans

Het Chinese teken voor het woord ‘crisis’ bestaat uit twee verschillende karakters: het ene staat voor ‘gevaar’ of ‘bedreiging’ en de andere voor ‘mogelijkheid’ of ‘kans’ of ‘keerpunt’. Voor wie inmiddels wel is uitgekeken op het deel dat vooral angst en onrust oproept, kan het boeiend zijn om te onderzoeken wat dan de kans of de mogelijkheid van deze crisis zou kunnen zijn. Hoe kunnen we deze periode dan verwelkomen als een mogelijke boodschapper van een betekenisvolle transformatie? En aangezien het nu om een grote crisis gaat, zou het ook niet een groot keerpunt kunnen markeren?

Ter illustratie wat dit keerpunt zou kunnen zijn, zoomen we eerst uit op een breder perspectief van de ontwikkeling van onze samenleving. Onze huidige maatschappij heeft zich de afgelopen vijftig jaar ontwikkelt vanuit een gesegmenteerde, verzuilde en ideologische samenleving die we daarvoor hadden. Kort door de bocht bestond haar fundament uit idealen; vanuit de afstemming op een hoger idee, of dat nu het (christelijk) geloof was of idealistische stromingen als socialisme of liberalisme. Het basisuitgangspunt was toen “er is een tekort” (aan bescherming, middelen, geld, informatie, vrijheden of betekenis) en het ideaal moet ons helpen bij onze collectieve behoeften: wij voor ons allen.

Eind jaren zestig ontstond er een keerpunt en ontwikkelde zich een ander tijdperk. Inmiddels leven we op het hoogtepunt – of zo u wilt – dieptepunt van de individualistische, kapitalistische informatiesamenleving, waarin de persoonlijke behoeften centraal zijn komen te staan. Een periode van ideaalloosheid en ieder voor zich. Het basisuitgangspunt was “er is overvloed” (aan bescherming, middelen, geld, informatie, vrijheden of betekenis) en het leidde zowel tot enorme welvaart en economische groei, maar ook tot kwistig consumentisme en ‘graaien wat je graaien kan’.

Beide samenlevingen hadden uiteraard hun zonzijden en ook hun keerzijde. Kan het keerpunt dat ook in deze crisis besloten ligt wellicht het beste van beide werelden integreren? Waarin eenieder individueel leert om actief af te stemmen, zowel op wat je bij kunt dragen aan het grotere geheel als op wat je daadwerkelijk nodig hebt. Laten we het collectief individualisme noemen. Het bijpassende basisuitgangspunt zou kunnen zijn: “er is overvloed, maar aangezien velen een tekort ervaren, hebben we vooral een verdelingsvraagstuk”.

En dat we daarbij leren te onderscheiden wat daadwerkelijk waarde toevoegt en wat in de betreffende situatie écht betekenisvol is en wat de onderliggende bedoeling van iets is. En dat we gezamenlijk manieren vinden om iedereen evenwichtig te belonen voor diens bijdrage. Het fundament zou kunnen bestaan uit gemeenschappelijke individuele afstemming op te doen wat er nodig is en wat ‘klopt’: in de zin van of het klopt vanuit ons hart. Een term als significisme lijkt me daarvoor wel kloppend, afgeleid van ‘significatio’ het Latijnse woord voor ‘betekenis’.

Wat het keerpunt van deze crisis uiteindelijk zal worden, dat weet nog niemand. Maar wat wel duidelijk lijkt te zijn, is dat collectief individualisme van iedereen vraagt om op zoek te gaan naar het vinden van een eigen unieke bijdrage aan de gewenste samenleving. Het significisme stelt ons daarbij vragen als hoe we een betekenisvolle verdeling van al onze overvloed zouden kunnen organiseren. Wat een prachtige kans! Het impliceert dat er genoeg mensen zijn die deze kans ook met beide handen durven aan te grijpen. Maar klopt dat ook?