37. Wat we van 2020 zouden kunnen leren

Laten we corona even niet zien als een vijand, maar als een vergrootglas. In het afgelopen jaar werd mede dankzij het virus uitvergroot wat er in onze samenleving allang niet meer (goed) werkt. Angst, polarisatie, eenzaamheid, stress, depressie; het was er allemaal al, het werd alleen nóg zichtbaarder. Is corona de oorzaak daarvan of werd het gecreëerd door onszelf en de keuzes die we eerder al maakten? Onze reacties op het corona-virus spiegelen immers ook onze eigen projecties en ons gangbare wereldbeeld. Zijn we in staat zijn iets te leren van hetgeen ons het afgelopen jaar is voorgeschoteld? Als we ons eigen gedrag niet gaan zien als een onderdeel van de oplossing, zijn we in deze crisis dan waarschijnlijk niet zelf het grootste probleem?

De vraag is: hoe zijn we als samenleving geworden en willen we nog wel zo zijn? Willen we terug naar de vertrouwde ratrace? En als ons dat inderdaad niet bevalt: hoe willen we dan wel gaan leven? Durven we nog te twijfelen aan een samenleving die gestoeld is op efficiëntie, de illusie van oneindige groei, kortzichtig eigenbelang, strijd, angst en een krampachtige verhouding met de dood? Hopelijk wordt de grootste overwinning van 2021 niet het toedienen van een vaccin, maar onszelf te ontdoen van een verouderd zelfbeeld dat mogelijk niet helemaal klopt. Hier noem ik een zestal zelfbeelden die we opnieuw tegen het licht zouden kunnen houden:

A) Efficiëntie als heilige graal

Nederland is één van de meest efficiënte samenlevingen ter wereld. De kaasschaafmethode is overal net zo lang toegepast totdat we tevreden constateerden dat het niet nóg efficiënter kon. En we beloonden degenen die het beste konden afromen. Totdat er iets gebeurde dat we niet konden voorzien. En nu blijkt dat we helemaal niet meer flexibel en wendbaar genoeg zijn om goed op het onvoorziene in te spelen. Als het bijvoorbeeld gaat over de snelheid van vaccinaties behoort ons land tot de traagste van heel Europa. We hebben het onderwijs (en lerarensalaris) zo gekort dat er onmiddellijk een tekort ontstaat als er een paar leraren ziek worden, al dan niet door corona. Er gaat iets mis als overheden beter blijken te zijn in het maken van beleid voor adequaat handelen, dan zelf adequaat te handelen. En is de noodzaak voor de huidige lockdown niet ontstaan door een te hoge druk op de IC’s omdat we jarenlang teveel bezuinigd hebben op de zorg? Omdat we – zeer efficiënt – niet meer IC bedden beschikbaar hebben dan we ‘normaal’ nodig hebben? Wie weet wat nog normaal is? Efficiënt is iets anders dan effectief. Er is een ander perspectief nodig. Efficiënt lijkt in ieder geval niet het nieuwe normaal.

B) De illusie van maakbaarheid en groei

De neiging om de economie te zien als een oneindige groeicurve is onnatuurlijk en funest. Het is gebaseerd op de illusie van maakbaarheid van voorspoed en vooruitgang. Als we maar genoeg geld blijven drukken en de consumptie blijven stimuleren, dan komt alles goed. De gevolgen voor natuur, haar resources, ons welzijn, onze gezondheid en het klimaat zijn duidelijk, die hoef ik hier niet op te sommen. De aanname dat de mens oneindige groei kan afdwingen gaat tegen alle wetten van het leven in. Er is maar één ding in de natuur dat volledig haar eigen gang gaat, zich niet afstemt op de rest en volgens een veel te hoog tempo wil groeien, en dat is de mens. Er is maar één ding in de menselijke lichaam dat hetzelfde doet: dat volledig haar eigen gang gaat, zich niet afstemt op de rest en in een veel te hoog tempo groeit: en dat is kanker. Het leven zelf kent alleen cycli: iets ontkiemt, bloeit en groeit, verwelkt en sterft af. Iets wordt geboren, komt tot leven, takelt af en gaat dood. Sluiten we nog wel voldoende aan bij de cyclus van het leven? Kunnen we nog aanvaarden dat ook wij onderdeel zijn van het leven zelf met al haar wetmatigheden? Volgen we met ons huidige tempo nog wel het ritme van de natuur? Oogsten we nu niet wat we zelf gezaaid hebben? Zijn we nog in staat af te kicken van onze verslaving aan groei en onze zucht naar een eeuwigdurende zomer? Zien we dat onze natuurlijk plek ín de natuur (met haar wetmatigheden) is, en niet er boven?

C) Ieder voor zich

Kortzichtig eigenbelang en isolationisme zijn in zwang, maar de vraag is of deze voortdurende strijd tegen elkaar ons verder helpt. De vraag is of marktwerking en concurrentie ons oplossingen kan bieden, of dat het juist veel van de huidige problemen heeft voortgebracht. Eigenbelang en ieder voor zich gaat uit van de illusie dat we er alleen voor staan: niet alleen mensen, maar hele groeperingen, organisaties en naties. Maar we zijn niet gescheiden, al klinkt Wuhan nog zo ver weg. Ons lot is meer met elkaar verbonden dan ooit. Dat besef schept ook enorme kansen. Kunnen we ons kortzichtig eigenbelang gaan vervangen voor lange termijn samendracht? In de zin van dat we de opgaven waar we als mensheid nu voor staan samen te dragen hebben. Het vraagt om collectief te gaan doen wat er vanuit samenhang met het geheel nodig is. Kunnen we zien dat wat ons overkomt synchroon loopt met wat we onze omgeving aandoen? Krijgen wij het niet net zo benauwd van corona en een lockdown, als moeder aarde het krijgt van ons? Het vergt om weer integraal te leren kijken en onze oogkleppen af te doen. Elkaar écht te zien. Te onderkennen dat de mensheid en de wereld een collectief veld zijn dat elkaar nodig heeft. Te doen wat ‘klopt’: in de zin van of het klopt vanuit ons hart. Er is zeker niet genoeg voor wat iedereen wil, maar er is meer dan genoeg voor wat iedereen nodig heeft.

D) (samen)leven is strijd

We worden overspoeld met tv-series over macht en strijd, totdat we bijna gaan geloven dat het leven één groot gevecht is tegen ‘de anderen’. Maar in wiens belang? Waarom labellen we elke uitdaging die we tegenkomen toch steeds in oorlogstermen? Waar komt toch dat vanuit-strijd-denkende zelfbeeld toch vandaan? Waarom zijn we voortdurend in strijd met onszelf, met elkaar en met het leven zelf? Net alsof vechten tégen iets, niet juist versterkt wat we willen bestrijden. Zijn we vergeten zijn dat we ook kunnen staan vóór iets? Hoe is onze arrogantie ontstaan die ervoor zorgt dat we alles om ons heen verwaarlozen, minachten en uitbuiten? Leven is geen strijd, maar balanceren. De wezenlijke balans die herstelt lijkt te willen worden, is de gerichtheid naar buiten versus onze gerichtheid naar binnen. Het uiterlijke leven richt zich op het tastbare, zichtbare, concrete resultaten, materiële mogelijkheden, status, macht, strijd, economische groei, etc. Het innerlijke leven zicht zich op het wezenlijke, het onzichtbare, geestelijke mogelijkheden, liefde, harmonie, onze ziel. Deze tijd vraagt zowel om een nieuw evenwicht. We leven in een cultuur waarin de mens tot grote hoogte is gestegen, maar zijn eigen wortels niet meer voelt (…), zonder deze wortels drogen we op en raken onze voeding kwijt”. Dit citaat uit een boek van Ton van der Kroon uit 1996 is actueler dan ooit. Is het terugvinden van onze wortels en voedingsbron niet een collectieve uitdaging? Het is misschien wel de grootste uitdaging in deze tijd: ons meer te verbinden met onze ziel die vooral naar binnen gericht is en minder met ons ego dat vooral naar buiten gericht is. Dan kan hetgeen het ego verliest, een zege zijn voor de ziel.

E) Angst als drijfveer

Is het niet uitermate interessant dat de grootste crisissen van deze tijd allemaal onzichtbaar zijn? De coronacrisis, de klimaatcrisis en mogelijk de grootste en meest onzichtbare crisis van allemaal: de angstcrisis. Komen de grootste problemen van deze tijd niet vooral voort uit angst en de keuzes die we daar vanuit maken? Mensen zijn vooral bang voor datgene dat ze níet kunnen zien. Angst is immers gebaseerd op suggestie: mogelijke dreiging, verlies, tekortkoming of afstoting. Het vindt vooral plaats in onze mind en in ons hart. Corona is zo’n onzichtbare bedreiging. Als we het onzichtbare steeds als bedreiging blijven zien, vergroot dat juist onze angstcrisis. Verliezen we in de zucht naar controle en een veilig en voorspelbaar leven, juist niet het échte leven? Kortom, zoeken we de oplossing niet in de verkeerde richting? Om angst te overwinnen moeten we niet naar het licht boven ons kijken, maar naar de schaduw onder ons. Wat gebeurt er als we onze schaduwkanten beter zouden leren kennen en het monster in de ogen durven te kijken? De held in ons moet niet opstijgen naar het licht, maar afdalen in zijn schaduw om zijn echte kracht te vinden. Door het leren kennen van onze schaduwkanten, zullen angsten geen angsten meer zijn, maar een leermiddel tot zuivering voor het niet-geziene en het donkere in ons. Als we vastbesloten zijn onze schaduw in het licht te zetten, dan kunnen we angst overwinnen. Angst verdooft ons, liefde schudt ons wakker. Als er geen angst meer in ons hart is, zal er geen angst meer zijn in de wereld, maar barmhartigheid. Angst is dan ook vooral een metafoor voor afwezigheid van liefde. Kortom, Franklin D. Roosevelt had gelijk: the only thing we have to fear is fear itself’.

F) Onze krampachtige verhouding tot de dood.

We plaatsen onze bestuurders in een onmogelijke positie door ze verantwoordelijk te maken voor het aantal coronadoden. Natuurlijk moeten we er alles aan doen om zoveel mogelijk mensen te redden en ellende te besparen. Niemand wil verantwoordelijkheid nemen voor de dood. Maar is het leven zelf niet verantwoordelijk voor de dood, in plaats van onze bestuurders? Vanuit onze eigen onmacht hebben we echter de neiging te gaan vingerwijzen, beschuldigen, verwijten of klagen. Gaat er door een te grote focus op de schuldvraag en de krampachtigheid die hieruit voortvloeit bij bestuurders juist niet nóg meer mis? Juist omdat dood meetbaar is? Richten we ons wel genoeg op het onzichtbare leed? De schuld van dodelijke slachtoffers willen we niet op ons geweten hebben, maar hoe zit het dan met de schuld van de economische en onzichtbare sociale ramp die nu plaatsvindt? Stel je voor dat die ook goed te meten was, wat zouden we dan beslissen? Kortom, we zijn het zelf die de verantwoordingsdrift van onze bestuurders creëren door aan dashboard-journalistiek te doen. De realiteit is dat er nog steeds zeven (!) keer meer mensen dood gaan aan kanker en hart-en-vaat ziekten dan aan corona. En toch we hebben nog geen lockdown gehad van de slijterij, stressvolle levensomstandigheden uitgebannen, een zittax, of een suikertax ingesteld. Richten we ons niet teveel op de zichtbare buitenkant en op het meetbare? Een boom die denkt dat ze sterft als ze in de herfst haar blad verliest is in de war. Een gezonde boom trekt zich terug in haar wortels en weet wat blijvend en wezenlijk is. Wat zou er gebeuren als we onze bestuurders zouden afrekenen op dit soort wijsheid?

Real gifts only come in disguise. Deze tijd is zo’n geschenk. De komende tijd is er voor veel mensen genoeg tijd om naar binnen te gaan en voor reflectie. Niet vanuit bestaande aannames of vanuit geleende gedachten van anderen, maar door zelf diep op te merken wat er nodig is, voor zowel de samenleving als voor onze eigen groei. Als we dan toch nog enkele weken in onze eigen bubbel moeten blijven, wie durft er af te dalen in de diepste krochten van ons verouderde zelfbeeld? Dit is het tijdperk van viveka: het vermogen te onderscheiden. Het vraagt van ons onderscheid te maken tussen het ware en het onware, tussen het waarachtige en het onechte, tussen het ego en het ware zelf, tussen het tijdelijke en het tijdloze, tussen het vergankelijke en dat wat blijvend is. Epictetus zei: geef me de moed te accepteren wat niet in mijn vermogen ligt, de kracht om alles te doen wat wel in mijn vermogen ligt en de wijsheid om tussen die twee onderscheid te maken. Dit alles toepassen is geen gemakkelijk weg. Wetende dat iets alleen tot leven kan komen wanneer een ei niet van buitenaf, maar van binnenuit wordt gebroken. Ook ons nieuwe zelfbeeld kan alleen van binnenuit worden geboren. En? Waar zit jij op te broeden?