38. Het oude werkt niet meer en het nieuwe is er nog niet

Deze tijd kun je zien als een transformatieperiode, een overgang naar een ander tijdperk, een noodzakelijke transitie. Al sinds de oudheid worden dit soort kenteringen gekenmerkt door angst, crisis en chaos. Het oude werkt niet langer (en keert ook in dit geval zeer waarschijnlijk ook niet meer terug), maar het nieuwe is er nog niet. Ons vertrouwde houvast geeft geen grip meer en het nieuwe houvast is nog niet binnen handbereik. Het voelt wankel, instabiel en onzeker. Goed beschouwd zijn we – in de metafoor van de seizoenen – op de rand van de winter terecht gekomen: het oude moeten we loslaten, alle groei komt tot stilstand en al het leven trekt zich terug in haar wortels (en wij in onze huizen). We kunnen dat zien als een waardevolle en troostrijke vergelijking, ook omdat het ons praktische handreikingen geeft hoe we om kunnen gaan met deze lastige tijd.

Aan de ene kant rest ons in de winter naar binnen te trekken en te wachten op een nieuwe cyclus, een nieuwe lente. Alles vertraagd en verstild en we moeten ons zien te verhouden tot de stilte, leegte, het niets doen en het vormeloze. Er lijkt niet veel mogelijk. Aan de andere kant is er diep onder de grond nog voeding, hebben de onzichtbare levensstromen zich diep in de wortels teruggetrokken en laven zij zich aan de bron. Maar hoe doe wij dat? De moderne mens heeft niet altijd even goed geleerd om zich terug te trekken in haar wortels. We reiken liever naar het licht in plaats van af te dalen in onze wortels, laat staan naar onze eigen schaduw. In het terugkeren naar onze roots heb ik ons zelfbeeld eens onder de loep genomen. Daar kwamen een zestal uitnodigingen uit voort die ons ook kunnen helpen om de juiste houding en intentie te vinden om door deze transformatie en winter heen te komen:

A) Laten we stoppen met doorgeslagen efficiëntiedrang en ons vooral richten op datgene wat belangrijk en blijvend is en van daar uit een ander soort vragen stellen: wat is dan het juiste? Wat is hier en nu het meest wezenlijke? Wat wordt daadwerkelijk van ons gevraagd? Wat is nu écht de bedoeling? Wat is het gewenste effect dat we willen bereiken? Richten we ons op dit moment niet teveel op tijdelijke vormen en uiterlijkheden? In de metafoor van de seizoenen: helpt het een boom om zich in deze winter zorgen te maken over het verlies van haar blad? Vragen we onszelf wel voldoende af: wat is de stam die ons draagt, en wat zijn de wortels die ons voeden?

B) Laten we het uitgangspunt van eeuwige groei nu eindelijk eens loslaten. Het is toch ook niet het hele jaar zomer? Putten we onze eigen vruchtbare grond niet steeds uit met de focus op oneindige ontwikkeling en verandering? Leidt het aansluiten op natuurlijke wetmatigheden en cycli niet tot meer revitalisering, niet alleen voor de wereld, maar ook voor onszelf en onze organisaties? Wanneer zijn we nog tevreden met genoeg? Wat als we wat meer dankbaar zouden zijn voor wat er al is? Wat als we ons meer gaan richten op het voeden en versterken daarvan? Wat als we volop gaan toewerken naar het passender verdelen van alle beschikbare resources? Is er dan niet al overvloed mogelijk zonder het geforceerd af te dwingen via een groeimodel?

C) Laten we ophouden te denken dat het in deze wereld ieder voor zich is. Wat als we het idee dat we elkaars concurrent zijn nu eens achter ons zouden laten? Zien we dan beter dat we de belangrijkste uitdagingen van deze tijd samen te dragen hebben? En zijn alle boosheid, frustraties, onbegrip, onmacht en weerstand die momenteel naar boven komt drijven, niet gewoon een signaal dat we niet iedereen voldoende gehoord, gesteund en of betrokken hebben? Is al dit klagen niets anders dan onhandig wensen? Wat als we collectief besluiten niet langer mee te doen met hen die streven naar (nog) meer macht en succes? Hoe snel herstelt de verbondenheid wanneer we ons niet langer tegen we elkaar laten uitspelen? Kunnen we elkaar dan misschien weer vinden?

D) Laten we de strijd beëindigen om van alles een gevecht tégen iets te maken. Wat als we allemaal zouden gaan staan vóór het herstellen van de balans en het natuurlijke evenwicht op alle relevante niveaus? Durven we de identificaties van het ego en haar hang naar vooruitgang en materiële zaken op te geven? Het vraagt om het loslaten van ons ego en ons weer te richten op wat onze ziel nodig heeft. Zijn wij nog in staat tot zo’n persoonlijk offer van het ik? Is ons daar naar voegen niet het meest levende bewijs van wijsheid en moed? Zal dat niet onze grootste overwinning zijn?

E) Laten we de angst opgeven, met name voor het verlies van de controle. Wordt het nu niet pijnlijk duidelijk dat er goed beschouwd eigenlijk nooit controle is geweest? Wat als we deze illusie zouden loslaten en zowel vanuit vertrouwen en wakkerheid het onbekende en ongekende tegemoet zouden treden? Durven wij te ontspannen in het niet-weten, vanuit overgave aanwezig te zijn, met het leven mee te bewegen en van daar uit toch alert te blijven handelen? Beseffen we wel voldoende dat deze leegte en dit vacuüm tegelijkertijd ook het potentieel is waar vanuit we onszelf opnieuw kunnen uitvinden?

F) Laten we tot slot proberen te aanvaarden dat niet alle ellende in het leven te vermijden is. Hebben grote transities in de geschiedenis van de mensheid niet altijd offers gevraagd en mensenlevens gekost? Is dat wel te voorkomen? Het blijft pijnlijk als we moeten loslaten, zeker als iets dierbaars ten einde is gekomen. Maar het leven is geen Hello Kitty Club. Sterven en moeten loslaten is een onvermijdelijk onderdeel van de cyclus van het leven. Laten we vooral niet onze bestuurders daarvan de schuld geven. Zouden we juist niet meer moeten doen om gezamenlijk te rouwen om onze doden? Zouden we hun offer niet waardiger moeten eren, zoals we dat ook doen met soldaten die om zijn gekomen in de strijd? Zouden we dan niet veel meer recht aan hen doen, dan door ze in alle eenzaamheid te laten sterven?

Dit zijn slechts zes verouderde zelfbeelden. Maar er is natuurlijk veel meer waar wij nu nog aan vasthouden, en waarvan het beter zou zijn als we dat los zouden laten. Dat geldt voor ons allemaal. Echte transformatie begint altijd van binnen.

 

Als je zelf ook wilt ontdekken en ervaren wat dat voor jou is, dan kun je hieronder de Going through the North – workshop volgen (nu gratis voor jou). Het is een  krachtige (Engelstalige) trans-journey die je door jouw eigen transformatie heen gidst.

Vind een uur waarin je ongestoord de verschillende stappen kunt doorlopen. Print daarvoor onderstaande groundmap en volg de stappen van deze geluidsopname. Een mooie reis gewenst!